Het welgetemperde gemoed

Boom. Verschijnt januari 2019

Filosofische autobiografie in de traditie van de Bekentenissen van Augustinus en Rousseau, met de muziek van Bachs Das Wohltemperierte Klavier als uitgangspunt.

In dit boek neem ik de muziekstukken van Das Wohltemperierte Klavier als uitgangspunt om te reflecteren op mijn leven. Ik verbind de thema’s, modulaties, wendingen en kenteringen uit Bachs muziek aan episodes uit mijn persoonlijke geschiedenis. Deze muziek is in mijn ogen te beschouwen als de niet-conceptuele articulatie van een levensfilosofie of ideeënleer. Het gevolg van deze verbinding is dat de lezer onwillekeurig ook over zijn of haar eigen leven gaat nadenken. Het ogenschijnlijk particuliere project van Het welgetemperde gemoed krijgt daarmee een veel grotere zeggingskracht.

Het verhaal laat zien hoe de hoofdpersoon streeft naar harmonie en verzoening van tegenstellingen, zich verdiept in de klassieke filosofie, de ideeënleer ontdekt en zich als filosoof op de markt begeeft om het ‘ideeënkijken’ in praktijk te brengen. Hij is een denker die doener wil zijn, een gespletene die een geheel wil worden, een sterveling die het goddelijke zoekt. Uiteindelijk wil hij zelf muziek worden, het eigen gemoed en dat van anderen temperen, zoals Bach het getemperde klavier laat klinken. Maar hij komt tot het inzicht dat het zuivere ideaal nooit te realiseren is, mensen zijn nu eenmaal zot en troebel. Muziek kan alleen een spiegel van ideeën zijn.

Het boek is een vervolg op een eerder boek, Socrates, maak muziek!, uit 2017, dat ook over de verbinding van filosofie en muziek gaat.

terug naar overzicht »